Groei aantal machtigingsvrije apparatuur
Door de snelle ontwikkelingen in de telecommunicatiesector is het aantal toepassingen dat als machtigingsvrij wordt aangemerkt aanzienlijk toegenomen. Het gaat daarbij vooral om radiozend- en ontvangapparatuur als onderdeel van een radio-elektrische zend- en ontvanginrichting die in principe bedoeld is voor de overbrugging van signalen over korte afstanden en daarnaast een gering vermogen hebben.
Uitzonderingen op de machtigingsvereiste
Het moet opgemerkt worden dat er op Curaçao diverse bedrijven zijn die zend- en ontvanginrichtingen verhandelen die gebruikmaken van frequenties die niet toegestaan zijn op Curaçao en/of zend- en ontvanginrichtingen verhandelen waarvoor een machtiging vereist is voor het aanleggen, aanwezig hebben, gebruiken of exploiteren hiervan. Het gaat hierbij om apparaten variërend van draadloze telefoontoestellen (waaronder “DECT 6” telefoontoestellen), surveillance camera’s en intercomsystemen tot baby-phones, draadloze “Access Point” routers etc. die allen worden gekenmerkt door een dusdanig zendvermogen dat een machtiging vereist is. Deze machtigingsvereiste is bij wet verankerd in artikel 15, lid 1 van de Landsverordening op de telecommunicatievoorzieningen (P.B. 2011, no. 37).
Uitzonderingen op de machtigingsvereiste
Er zijn uitzonderingen op de genoemde machtigingsvereiste. Onder bepaalde voorwaarden is het wel toegestaan om een zend- en ontvanginrichting in te voeren en te verhandelen, zonder dat daar een machtiging voor vereist is.
Deze voorwaarden zijn geformuleerd in de Ministeriële regeling vrijstelling telecommunicatiemachtiging 2015 (P.B. 2015. no. 3).
In deze regeling worden de volgende zaken nader gespecificeerd
- Voor welke aangewezen categoriëen zend- en ontvanginrichtingen er geen machtiging is vereist
- Van welke frequenties deze aangewezen categoriëen zend- en ontvanginrichtingen gebruik mogen maken
- Welke voorschriften van toepassing zijn op het gebruik van de aangewezen categoriëen zend- en ontvanginrichtingen en bijhorende frequenties
De ministeriële regeling geeft een duidelijke afbakening van welke apparatuur machtigingsvrij mag worden gebruikt of verhandeld. Daarnaast geldt als basisvereiste dat de apparatuur in ieder geval voldoet aan de voorschriften zoals vastgesteld in:
Landsbesluit randapparatuur, Download P.B. 1995, no. 224
Landsbesluit radio-elektrische inrichtingen, Download P.B. 1998, no. 18
Voorschriften machtigingsvrije apparatuur
De voorschriften van toepassing op het machtigingsvrije gebruik van apparatuur omvatten de volgende uitgangspunten:
- De apparatuur dient van dien aard te zijn dat de toepassing ervan alsmede de technische constructie geen of vrijwel geen storing of belemmering kunnen veroorzaken in zendinrichtingen, ontvanginrichtingen en overige elektrische of elektronische inrichtingen. Dit is tevens opgenomen in artikel 48, lid 1 van het Landsbesluit radio-elektrische inrichtingen.
- De apparatuur mag slechts gebruik maken van frequenties die door de minister zijn aangewezen en in de regeling worden vermeld. Voor sommige categoriëen zend- en ontvanginrichtingen die in de regeling zijn afgebakend zijn deze frequenties, waar noodzakelijk, samen met andere specifieke voorschriften in tabellen verwerkt die als bijlage aan de ministeriële regeling zijn toegevoegd. Dit is tevens opgenomen in artikel 48, lid 2 van het Landsbesluit radio-elektrische inrichtingen.
- Frequentiebanden die door de minister zijn aangewezen voor het gebruik van machtingsvrije apparatuur worden meestal gedeeld door meerdere gebruikers. Dit impliceert dat de gebruiker niet wordt beschermd tegen storingen en andere belemmeringen die door andere gebruikers van machtigingsvrije apparatuur worden veroorzaakt. Dit in tegenstelling tot gebruikers van apparatuur waarvoor wel een machtiging vereist wordt. Die gebruikers worden wel hiertegen beschermd.
Overtredingsgevallen
Gebruikers of verkopers van radiozend- en ontvangsapparatuur worden doorgaans geadviseerd de voorwaarden en voorschriften goed in acht te nemen. Gevallen waarbij na inspectie van het BT&P blijkt dat de apparatuur niet voldoet aan de voorwaarden hebben als gevolg dat het gebruik of de verkoop onmiddellijk gestaakt moet worden of zelfs dat de appartuur in bewaring wordt genomen. Dit ter bescherming van de overige gebruikers van apparatuur en interferenties die zij kunnen ondervinden van de apparatuur die niet aan de voorwaarden voldoet.
Het BT&P is in dit kader in 2015 gestart met de controle van bedrijven die handelen in radiozend- en ontvangapparatuur. De inspectie van deze bedrijven is nog gaande.
(BT&P Publicatieperiode: 2015)